CAPO BERTA
KLIMMEN TEGEN 40 PER UUR
DIANO-MARINA
– De Capo Berta hult zich in complete anonimiteit. Geen witte lijn,
geen aanduidingen, geen bordjes, niets. Op de top alleen een
restaurant met de naam. Cyclo Sprint er toch naar toe, want we
wilden die klim eens naderbij zien. Hij is op de kop twee kilometer
lang, terwijl de afdaling 400 meter nodig heeft. Echt steil is hij
niet, de laatste 800 meter kruipt wat feller in de benen, maar wie
sterk is, rijd probleemloos met de ‘grote plateau’ omhoog.
Uiteindelijk zijn er 15 bochten, maar daar ga je zonder je snelheid
te minderen doorheen. Eén attractiepunt op 200 meter van de top:
daar staat tegen de rechterflank een monument ter ere van Costante
Girardengo en Fausto Coppi.
De Capo Berta ligt bij het buitenrijden van Diano-Marina, een
heel populair badplaatsje langs de Ligurische Zee. Erg gekend bij
gepensioneerde Italianen die graag naar zee gaan. Imperia ligt aan
het einde van de afdaling. De Capo Berta is duidelijk geen Cipressa
en geen Poggio. Minder lang, minder steil en je moet er ook de grote
weg van Genova naar Sanremo niet voor verlaten. Het is uiteindelijk
de enige route richting muziek- en bloemenstad. Veel verkeer
bijgevolg. Heel veel vrachtwagens, die moeizaam een weg naar de top
zoeken.
Niko Eeckhout reed nooit Milaan Sanremo, hij zal dat wellicht ook
nooit doen. Hij kent bijgevolg het effect van de
Milaan-Sanremohellingen niet in koers, maar hij fietste dit keer wel
de Capo Berta op. »Ik houd niet van Milaan-Sanremo.
Ik
ben geen acrobaat op de fiets, ik ben evenmin een renner die zijn
boterham wil verdienen met wringen en knokken voor een positie.
Vandaar dat ik op de dag van Milaan Sanremo liever elders rijd. Ik
probeer dan de G.P. Dhaenens of de G.P. van Chôlet in Frankrijk te
winnen. Daar voel ik me beter thuis. Maar de Capo Berta oprijden wil
ik best doen. Hij is niet lang. Twee kilometer is niet veel. En
lastig is hij evenmin. Ik heb niet moeten schakelen om boven te
geraken. Maar wat ik wel merkte, is de kans op nervositeit. Je ziet
al de bordjes Sanremo staan. Dat is een zweep je voor het peloton,
want de finishlijn komt dichter. Ik kan me het geknok richting
Cipressa levendig voorstellen.»