WIELSBEKE- Van namiddag gaat Nokere Koers onder de
wielen. In principe geen wedstrijd met verschrikkelijke contouren, maar
een kermiskoers? Integendeel. Nokere is de laatste kans om de conditie in
een goede plooi te strijken. De poort naar de grote afspraken, de
klassiekers. Wat al die jaren geldt, is nog altijd waar. In Nokere wint
nooit kaf, maar altijd een heel goeie coureur.
DIRK MEULDERS
Niko Eeckhout is duidelijk op weg om weer aan te knopen bij een beter
verleden. De Palmans-pion slaat niet tilt bij de rist hoogstandjes die hij
in de voorbereiding liet noteren. Vorig weekend nog tweede in de Omloop
van het Waasland. Daags voordien twaalfde in de GP Bodson.
«In
de finale in Helecine zat ik te ver achteruit toen de beslissing viel.
Bovendien was Van Dijck mee. ‘s Anderendaags werd ik door een sterke
Koerts zuiver gevloerd in de spurt.» Hoe ook, Eeckhout fietst opnieuw op
niveau. Een ontbolsteren als bijna dertigjarige? «Ze zeggen dat een renner
op zijn best is tussen zijn achtentwintigste en dertigste. Bij mij mag dat
ongetwijfeld een beetje opgeschoven worden. Zo goed als twee jaar stond ik
uitgeteld aan de kant. Pas vorig jaar bleef ik een hele campagne
zorgenvrij.» Verlost van lichamelijke beslommeringen pakte Eeckhout met
zeven overwinningen meteen trefzeker uit. «Toch hield ik weinig voldoe ni
over aan de jongste editie. Mijn voorseizoen ging volledig de mist in. Het
was de na sleep van het vele maanden uit competitie zijn die het ver
knoeide.» Intussen heeft Eeckhout stiekem zijn zinnen gezet op het
klassieke voorseizoen. Focust hij ronduit op een overwinning in een grote
koers. «Mijn winter viel dik mee. Een van de beste van de jongste jaren.
Ik heb het anders geweten», gniffelt hij. In de voorbereidingskoersen
tekende Eeckhout zelfs nadrukkelijk present. «Het begon nochtans slecht.
In Bessčges liet ik al op de eerste dag een opgave noteren: buikgriep. In
de Ruta Del Sol voelde ik me al een stuk beter in mijn sas. In een
rnassaspurt plaatste ik me tussen al de grote spurtkannonen als vijfde
Goed voor de moraal. De Ronde van Murcia stelde me helemaal gerust. Ik was
er goed voor een vierde en een zevendeplaats. Vooral de zevende stek in de
tijdrit sterkte het vertrouwen.»
Een man dus om de volgende weken in de gaten te houden: Niko Eeckhout.
Want twijfel er niet aan, de conditie staat op punt. Bovendien kan
Eeckhout rekenen op een rijtje bedrijfszekere ploeg maats. «We trekken met
een sterke Palrnans-ploeg op pad. Van Dijck liet al één en ander zien en
Wim Feys raakt stilaan vol uit op dreef na een griep aan val tijdens het
openingsweekend.»
In die opener op eigen bodem was ook Eeckhout niet zo gelukkig. «Op de
Molenberg zat ik iets te ver toen in de Omloop een eerste groepje wegreed.
‘s Anderendaags in Kuurne schoof ik op de Kluisberg onderuit.» Gelukkig
zonder averij in het koppeke, want hij is strijdlustig, de kopman van
Palmans.
Noem me geen kopman. Een handje hulp, dat durf ik vragen, maar kopman.- -
Hendrik Van Dijck is de man wiens kaart voluit getrokken wordt. Voor mij
ligt er een rol als beschermd renner weg. Dat heeft ook zo zijn
voordelen.»
«VanDijck en Feys, dat zijn vechterstypes. Mannen die de boel moetendoen
ontploffen. Terwijl ik kalm kan blijven me in de wielen kan zetten.
Wachtenop de foutjes van anderen om in de spurt met een stel snelle benen
uit te pakken.»
Wedden dat Eeckhout straks in koersen genre Waregem en Harelbeke en
Misschien ook al in Nokere toont dat hij meer kan dan alleen maar spurten.