Interview uit het jaaroverzicht 1993 van KVS Deerlijk


Acht overwinningen als neoprof, evenveel als Johan Musseeuw. Als nieuwkomer is het maar weinigen gegeven, en velen zouden met de helft (en zelfs minder) heel tevreden zijn. Hij won zijn eerste wedstrijd (Ichtegem) begin maart en zijn laatste (Oostrozebeke) begin oktober. Niko kan niet alleen vlot overweg met de pedalen, hij is ook een vlotte en aangename gesprekspartner die bovendien getuigt van zin voor realiteit.
“Acht overwinningen! Je moet best tevreden zijn met zon resultaat?” - “Laat me eerst en vooral zeggen dat ik dit niet direct verwacht had, zeker niet! Er zijn immers een aantal factoren die meespelen, eerst en vooral is er het feit dat ik mijn derde wedstrijd (in de sprint en voor Michel Cornelisse) al won, en dat gaf me natuurlijk zelfvertrouwen, een paar maand later verloor ik (of het nu voor een 5e, een 7e of een 10e plaats ging) geen enkele sprint meer, en dankzij die resultaten ging, in bepaalde wedstrijden, de hele ploeg voor mij rijden. Ten slotte was er nog het feit dat er geen druk op mij stond. Ik kwam eerder onverwacht in zon situatie terecht, maar ja, als de kans zich voordeed... Dus ik ben tevreden, vooral omdat ik beloond werd voor mijn inzet.” “Je behaalde al je overwinning in België. Had je ook internationaal contact?” - “In de loop van het voorbije seizoen reed kook acht rondjes in het buitenland, o.a. de Midi Libre, de Du Pont Tour, de Ronde van de Toe komst, de Ronde van Aragou, de Ronde van Engeland... In die Kellog’s Tour heb ik echt afgezien, het parcours is er lastig, en de bezetting mocht er best zijn! Zoals Fondriestte gen die hellingen opsprintte... Ik weet dat ik geen ronderenner ben en ook geen klimmer. Ik kon wel heel wat ervaring opdoen in het buitenland. Ik wist dan al dat ik niet zo traag was, maar dat is niet voldoende bij de profs. Je moet ook “leep” zijn. Dat ondervond ik in Aartselaar, waar ik geklopt werd door Chippolini.” (Toen ik bij Paul Haghedooren was, zei hij over Niko: “Eigenlijk moet hij niemand vrezen in de sprint!”)
“Het ziet er dus goed uit voor volgend jaar!” - “als je bedoelt dat ik al een ploeg heb, dan heb je gelijk, maar ik weet dat ik nog (veel) moet verbeteren, nog (veel) moet versterken. Ik zou al heel tevreden zijn als ik er in de grotere wedstrijden kon bij zijn als de koers gemaakt wordt! Als ik me in Harelbeke of Waregem eens echt kan tonen, dan pas zal ik kunnen zeggen dat het goed is geweest.”
“Insiders vertelden me dat je een trainingsbeest bent! Ben je weer al begonnen?” - “Op het einde van het seizoen was ik vooral mentaal moe. Ik trainde nog eens hard de week voor Oostrozebeke, met die conditie had ik nog wel wat kunnen doen, maar na dat ongeval met mijn broer Jan stond mijn hoofd er helemaal niet meer naar. Ik was van plan maar 14 dagen te rusten, maar de omstandigheden... Ik ben van oor deel dat het moet komen van de training, daarom doe ik van alles: mountainbike, cyclocross, piste, zwemmen en lopen. Half december begin ik dan weer te fietsen. De wintertraining, daar moet je de basis leggen! Wordt er niet genoeg aan bege leiding gedaan? Doen de renners er niet genoeg meer voor? (Daar heb ik inderdaad ook mijn twijfels over!) Ik wilde me altijd meten met de beteren. Voor mij is een goede seizoenstart erg belangrijk, en dat kan alleen als je in de winter “goed” getraind hebt. Uithouding is daarbij heel belangrijk. In het begin van dit seizoen deed ik een paar keer meer dan 600km op 3 dagen. Ik heb bewonderingvoor die Chinese atleten.”
Eindelijk nog eens een jonge renner die weet wat hij wil, wat hij kan en vooral wat hij moet doen! Wij hopen dat hij in 1994 weer mag beloond worden voor zijn inzet.

Philippe Vanhoecke 13/12/2003
HOME